11/06/2013

HYMNE AAN DE TUNESISCHE UNIVERSITEIT: « ONZE BRUG NAAR HET UNIVERSELE »

Door Habib Kazdaghli, professor hedendaagse geschiedenis

Zeven lange maanden zijn er verstreken tussen de verschijningsdatum van de eerste teksten die de kronieken vormen van mijn vriend en collega Habib Mellakh (5 december 2011) en de tekst die werd geschreven op 5 juli 2012, na mijn eerste verschijning voor de rechtbank van eerste aanleg van La Manouba. Deze “Kronieken van Manoubistan” trachten namelijk de episodes te reconstrueren van een vreemd feuilleton waarvan men denkt dat die uit een ander tijdperk dateert, maar de feiten zijn weldegelijk wat ze zijn, je kunt er niet omheen. Ze vormen, laten we hopen, perverse fenomenen in de context van een postrevolutionair Tunesië. De gebeurtenissen speelden zich af aan de faculteit Letteren van Manouba, op slechts vier kilometer van de hoofdzetel van de Nationale Grondwetgevende Vergadering grondwetgevende, die sinds de verkiezingen van 23 oktober 2011 alle gezagsorganen omvat en waar men bezig is over de toekomst van Tunesië te beslissen.

De teksten die tijdens die maanden geschreven zijn door mijn collega en vriend Habib Mellakh en die vandaag de dag geredigeerd werden door een belangrijke partner van onze faculteit, de uitgeverij Cérès, waren in het begin alleen maar bedoeld als informatiebron die het standpunt van de docenten wilde weergeven over dat wat er gebeurde in hun eigen instituut. De faculteit was sinds het de ochtend van 28 november 2012 het onderwerp was geworden van een salafistische verovering (ghazoua). Daarna werd de centrale administratie bezet door personen, voornamelijk van buiten de faculteit en de academische wereld. Naargelang de weken en maanden vorderden, transformeerden deze teksten zich echter in een waar dagboek van strijd, verzet, verdediging van de academische waarden, dat niet alleen heeft gediend om het vuur te blijven aanwakkeren om de professoren van La Manouba te mobiliseren voor hun doelen, maar dat ook heeft dienstgedaan als een link tussen iedereen die, in Tunesië en over heel de wereld, hun sympathie, steun en solidariteit hebben betuigd.

Deze kronieken werden een informatiebulletin waarin de strijdmomenten waaraan de faculteit van La Manouba onderworpen was door personen die langzaamaan niet alleen een gevaar bleken te zijn voor onze universiteit, maar ook vijanden werden van het verlichte Tunesië en van de moderniteit. De gebeurtenissen die ons land tijdens 2012 gekend heeft, tonen aan dat de faculteit van La Manouba slechts het uitverkoren mikpunt was van een reeks aanvallen tegen de vrijheden. Het bleek dat de personen die gezien waren binnen de muren van onze faculteit dezelfde gevaarlijke onruststokers waren als degenen die aan de faculteit Letteren van Sousse gefilmd waren tijdens de Persepolis-affaire. Ze zetten hun taak verder tijdens de vermaarde sit-in voor de hoofdzetel van de nationale TV, die gericht was tegen de journalisten. En om hun reeks heldendaden helemaal te voltooien, bedreven ze aanvallen tegen de artiesten van het Palais d’El-Abdellia.

De verzamelde teksten vormen de kroniek van een dagelijks verzet van de docenten van La Manouba voor de verdediging van de autonomie van de universiteit, van de universitaire waarden die gedeeld worden met het geheel van de academische wereld, een missie die te beurt valt aan alle universiteiten ter wereld. Het is niet toevallig dat deze strijd een gunstige weerklank vond bij de docenten van andere faculteiten en instituten van Tunesië en ons hun steun heeft opgeleverd net zoals de erg belangrijke steun van onze collega’s van de Europese en Amerikaanse universiteiten en die van de Tunesische burgersamenleving.

Dat de actie van enkele van die verhalen zich niet afspelen in de faculteit van La Manouba, is te verklaren door het feit dat het inquisitoriaal klimaat, dat beschuldigingen van ongodsdienstigheid en strafexpedities toestaat tegen verdedigers van de vrijheden, in heel het land heerst. Het viseert niet alleen de docenten van La Manouba, maar ook hun collega’s in de andere universiteiten, artiesten, journalisten, denkers en schrijvers. Deze verhalen buiten “Manoubistan”, die van deze pagina’s een bundel Tunesische kronieken maken, hebben als verdienste dat ze aantonen dat er in Tunesië andere “Manoubistans” zijn en dat de gebeurtenissen in La Manouba deel uitmaken van een vakkundig uitgevoerde campagne tegen de vrijheden van ons land. Ze tonen ook aan hoezeer dit vrijheid dodende offensief, dat het op onze faculteit gemunt heeft, als doel heeft om het Tunesische modernistische project in gevaar te brengen. Dit project dat geïnitieerd werd door Kheireddine en verder ontwikkeld door de Tunesische nationale beweging en de keuzes van de samenleving, was het resultaat van een nationale consensus sinds de Onafhankelijkheid. Vanuit dat standpunt brengen deze kronieken verslag uit over een pagina in de Tunesische geschiedenis die gekarakteriseerd wordt door de “vervolging” van de Tunesische intelligentia.

Zelfs al plaatsen deze Kronieken van Manoubistan de gebeurtenissen van La Manouba in de algemene context van de aanval tegen de vrijheden tijdens de periode van de tweede democratische transitie, de hoofdbedoeling van de auteur was het publiek in Tunesië en de rest van de wereld te informeren over de standpunten van de docenten van de faculteit en hun calvarietocht te beschrijven. De media slaagden er niet altijd in verslag over uit te brengen ondanks de lovenswaardige inspanningen van de journalisten die niet meer wisten welke bron ze konden vertrouwen, omdat ze in een wirwar van spectaculaire daden werden meegesleurd die hen duizelig maakte. De opgezweepte en vastberaden aanvallers – meestal van buiten de faculteit – deinsden nergens voor terug om hun sombere taak te volbrengen: van het blokkeren van de departementen, beledigingen tegenover de professoren, fysieke agressie, een sit-in, tot het plaatsen van een internetpagina met als doel de verspreiding van vuilschrijverij tegen professoren, de decaan, de ambtenaren, etc. Iedereen die hun standpunt niet deelde, werd met schaamteloze adjectieven beschreven. In die zin zullen deze kronieken een deel van de herinnering van de faculteit kunnen bewaren. Ze zijn een belangrijke bron voor het schrijven van haar geschiedenis tijdens de periode die volgde op de revolutie van 2011.

Ze werden geschreven in het heetst van de actie en de reacties, met veel passie, zeker en vast, maar kan men een docent, die het grootste deel van zijn carrière gewijd heeft aan onderzoek en onderwijs, verwijten dat hij zijn gehechtheid en liefde voor zijn edel beroep uitdrukt? Hij heeft zich er namelijk zijn hele professionele leven aan gewijd, rotsvast overtuigd dat kennisoverdracht de nobelste missie is in de moderne maatschappij. Mag men een universitair, die zich dertig jaar heeft ingezet binnen de algemene vakbond van het hoger onderwijs en van het wetenschappelijk onderzoek, maar ook binnen de wetenschappelijke instanties van onze faculteit voor de bescherming van de universitaire waarden, de institutionele autonomie en de academische vrijheden, kwalijk nemen dat hij zijn enthousiasme niet in toom kan houden?

Aangezien de feiten die verteld zijn in deze kronieken gerapporteerd werden in de volgorde van hun opeenvolging, vormen ze een getuigenis die tegelijk accuraat en waardevol is. Habib Mellakh was van het begin tot het einde aanwezig bij de strijd die beschreven staat op deze bladzijdes: syndicale algemene vergaderingen, vergaderingen met de decaan, protestacties voor het ministerie van Onderwijs, deelname aan marsen voor de academische en democratische vrijheden. Zelf is hij het slachtoffer geweest van fysieke agressies waardoor hij zelfs naar het ziekenhuis moest worden gebracht. Dat was het geval op dinsdag 6 december, voor de ingang van de algemene administratie, toen hij een decaan ging helpen die in conflict was geraakt met de sit-in salafisten die hem de toegang tot zijn eigen kantoor hadden verhinderd.

Het relaas voert de acties van personen ten tonele die het meest rechtstreeks betrokken waren bij de gebeurtenissen, de hoofdfiguren van de universitaire wereld: de studenten die met vastberadenheid en passie hebben gestreden om hun universiteit te verdedigen, de docenten die steeds klaarstonden tijdens lange dagen, ambtenaren en arbeiders die voortdurend op de barricaden stonden (die soms de gevolgen van die waakzaamheid aan de lijve ondergingen), een minister van Onderwijs wiens posities meestal gemarkeerd waren door een schrikwekkende ambiguïteit die de agressors alleen nog maar meer aanmoedigde. Een minister die, in plaats van krachtig de universitaire waarden en de fysieke integriteit van zijn collega’s te verdedigen, in een echte procureur veranderde en die hen zelfs de verantwoordelijkheid liet nemen voor de achteruitgang van de situatie, zoals dat het geval was ten tijde van het beruchte interview dat hij gaf begin februari 2012 aan de krant “Al-Akhbar”.

Deze kronieken doen ook het relaas van gevaarlijke feiten: herhaalde aanvallen tegen de autonomie van het onderwijsinstituut, tegen de waardigheid van het beroep van docent, wier missie bijna gelijkgesteld werd aan die van de « profeten ». Ze beschrijven heel precies de ontheiliging van de nationale emblemen zoals dit het geval was voor onze nationale vlag. Deze vlag staat symbool voor een culturele verankering in de mediterrane wereld met zijn rode kleur die voor altijd aan het bloed zal herinneren dat er vergoten is door de daadkrachtige strijders in de strijd voor de bevrijding van Tunesië van het koloniale juk. Zo wordt in de kronieken de teleurstelling beschreven nadat een vaandel losgerukt, verscheurd en op de grond gegooid werd door een schurk die geen enkele band heeft met de faculteit. Deze laatste werd ter plaatse gezonden die ochtend van 7 maart om de ontzettingsoperatie van de decaan te leiden. De operatie veranderde al snel in een aanval tegen de nationale vlag, symbool van de nationale soevereiniteit die na enkele minuten vervangen werd door een lugubere zwarte vlag. Op die manier wilde hij aan de universiteit en aan Tunesië een somber lot voorstellen, maar tot zijn grote verbazing ging er een mooie vrouw, Khaloua, studente aan het departement Frans van de faculteit van La Manouba, op het terras staan om deze bebaarde duistere man uit te dagen met een zeldzame dapperheid en staalharde vastberadenheid om te proberen het nationale profane embleem terug te hijsen.

De kronieken eindigen met een mooie reconstructie van de “van top tot teen op touw gezette affaire”, het verhaal van een decaan die voor de rechter werd gesleept. Dit weerspiegelt de terugkeer naar de praktijken van vroeger waar het gerecht gebruikt wordt om rekeningen te vereffenen met diegenen die men niet kan doen inbinden rond een beleid die hen wordt opgelegd. Zoals de kronieken goed aantonen, vertaalt het proces tegen de decaan een politieke wil om de universiteit in het gareel te laten lopen, een poging om de universitairen te doen zwijgen, net zoals dat werd geprobeerd met de journalisten, de artiesten, kortom: met alle leden van de Tunesische elite.

Het proces werd geopend op 5 juli, in volle hitte, kenmerkend voor het begin van de zomer en de schoolvakanties. De faculteit slaagde erin – dankzij de toewijding van al zijn medewerkers –  de lessen die niet waren kunnen doorgaan ten gevolge van de sluiting van de faculteit te verplaatsen. Hierdoor waren de twee examenperiodes verzekerd en hebben die tot resultaten geleid die illustreren dat de faculteit bij uitstek een plaats is waar kennis vergaard wordt, maar ook waar de vrijheden van de vrouw verdedigd worden aangezien op een totaal van de 587 studenten die een licentie behaalden, er 483 meisjes bij waren en 94 jongens.

Bij wijze van conclusie van deze inleiding kunnen we wel zeggen dat we ervan overtuigd zijn dat de lezer van de kronieken van Habib Mellakh het met ons eens zal zijn dat ze minstens drie verdiensten hebben: ze behoeden een pagina uit de geschiedenis van de faculteit van La Manouba van de vergetelheid, ze tonen aan hoezeer de agressie tegen La Manouba wel degelijk een fase was van een verreikend plan dat een maatschappelijk model wou opleggen aan heel het land door o.a. de Tunesische universiteit in het gareel te laten lopen. Deze kronieken bevestigen tevens dat de verwachtingen die door de Tunesische revolutie werden opgewekt, nog steeds aanwezig zijn en dat ondanks de aanvallen en het geweld, de Tunesische elite effectief in staat is zich te verzetten en geëngageerd is om de sociale verworvenheden van het onafhankelijke Tunesië te verdedigen. De weg is zeker nog lang, men moet waakzaam blijven, en het proces van de decaan zal voortgezet worden. Het vertrouwen in een betere toekomst voor onze faculteit, de vastberadenheid in de strijd voor een modern en democratisch Tunesië moeten echter altijd de verbindende factor zijn van de sterke en vooruitstrevende krachten van dit land. De Tunesische universitairen zullen altijd aanwezig zijn en telkens opnieuw zullen ze verzocht worden om hun steentje bij te dragen in deze strijd.

Tunis, 5 oktober 2012

Decaan van de Faculteit Letteren, Kunsten en Humane Wetenschappen