27/08/2013

Hoe de securitaire visie van de staten in een overgangsfase de aantocht van de democratische transities in het gebied relativeert

Door Sébastien Boussois, doctor in de politieke wetenschappen, onderzoeker aan het MEDEA Instituut, verbonden aan de ULB (Brussel)  

Verschenen in Afrique Magazine in juli 2013

De internationale gemeenschap weet niet meer hoe ze het beste reageert op de geopolitieke aardverschuiving die zich in het Midden-Oosten afspeelt: ze heeft zozeer de val van vele dictators gewenst, maar uiteindelijk geeft ze het signaal dat de stabilisatie en de terugkeer van de orde meer waard zijn dan de onzekerheid die gelinkt is aan de democratische transities. De interventie van de coalitie in Libië kan geen echt succes genoemd worden of het moest zijn dat Kadhafi geëlimineerd werd en ook in Irak – dat nog meer dan tevoren in een burgeroorlog verkeert – kunnen we niet van een succes spreken. En dan is er nog de non-interventie in Syrië, waar de polemiek omtrent de al dan niet bewapening van de rebellen heel goed het onvermogen van het Westen reflecteert om een rechtmatige en ideale oplossing te vinden. Het zijn dus de securitaire posities die primeren tegenover de grootscheepse ontwikkeling van het terrorisme. In de meerderheid van de gevallen gaat het hier om een nieuwe conflictvorm die ontstaan is uit niet-staatsfacties en een radicalisering van de staat die op zijn beurt probeert om er het hoofd aan te bieden. Dit ligt in de lijn van de globale transformatie van de aard van conflicten en van de acties van de staat om er sinds twintig jaar een antwoord op te bieden en dit is ook het geval voor het Midden-Oosten.

Toen president George Bush Senior in 1991 over “nieuwe wereldorde” sprak, kondigde hij de val aan van een mondiaal bipolair systeem en de intrede van een unipolaire wereld. Hij onderschatte echter de terugkeer van een multipolaire planeet slechts enkele jaren later. Ook al is die uitspraak al bijna even betwistbaar als de uitspraak van de NAVO over de herdefiniëring sinds tien jaar van een “groot Midden-Oosten”, men kan alleen maar vaststellen dat de mondiale transformaties van de aard van conflicten zich op dezelfde manier hebben gevestigd in het Midden-Oosten en dat door een beroep te doen op een bepaald securitair conservatisme de locale crisissen zich stevig hebben vermenigvuldigd. De verspreiding van de conflicten binnenin een staat – in de wereld in het algemeen en in het Midden-Oosten in het bijzonder – heeft de crisissen tussen staten ruim achter zich gelaten. En vandaag de dag, na de verpletterende Amerikaanse overheersing, wordt de situatie geherdefinieerd door de terugkeer van voormalige mogendheden en het verschijnen van nieuwe de en beïnvloeden die opnieuw het spel van allianties en lokale contra-allianties. Tot wanneer we terugkeren naar de voormalige indeling? De vergelijking is soms verontrustend. In een sinds twee jaar onophoudelijke krachtmeting tussen de VS en Rusland is de Syrische crisis er het bewijs van en de radicalisering van het Baathistisch regime van Bachar Al Assad wordt door sommigen voorgesteld als een bolwerk tegen het gewelddadige islamisme en de verdeelde actievoerende rebelse partijen die een nog onzekerdere toekomst zouden bieden in de ogen van de westerlingen. Terwijl de Amerikaanse president Obama de optie om de “rebellen” te bewapenen niet meer uit de weg gaat, rakelt de aankondiging van Vladimir Poetin om wapens te leveren aan de Syrische president Bachar Al Assad oude herinneringen op. De aankomst in Damascus van de S-300 antiraketeenheden rechtstreeks uit Moskou gooit daarnaast nog wat meer olie op het vuur.

Twintig jaar na het einde van de Koude Oorlog zijn de regionale conflicten en dan met name in het Midden-Oosten volledig verschillend: terwijl de staten aan hun grenzen meer beveiligd zijn – ondanks enkele recente regionale instabiliteiten (de Syrische crisis en haar woelingen aan de Turkse, Libanese en Jordaanse grens) –, worden de conventionele legermachten ruimschoots machteloos tegenover de fenomenen van guerrilla’s van niet-staatse en ontraditionele bewegingen. Een domino-effect wordt gevreesd. De Hezbollah bezorgde Libanon al veel last en die neemt nu ook deel aan de oorlog in Syrië, buiten zijn gewoonlijke actieterrein; een compleet destabiliserende factor voor de Libanese staat die zich in een moeilijke situatie bevindt. Naast het fenomeen van unilaterale oorlogen die ontketend worden door sommige mogendheden tegen een vijandige staat, zoals Israël tegen de macht van Hamas in Gaza in 2008, is het ook de gelegenheid om de verandering van de uitrusting van de traditionele legermachten te vermelden, namelijk: de toenemende aanwinst van drones, technologische juweeltjes die van op afstand en zonder piloot bestuurd worden. Ze maken het mogelijk om zeer doelgerichte aanslagen te plegen op materiële doelwitten, maar daarnaast kunnen ze ook menselijke eliminaties uitvoeren die vaak minder precies zijn, zonder enig risico.  Vermindert het securitaire risico met meer veiligheid? Het antwoord is niet vanzelfsprekend. Het is het begrip “oorlog” zelf dat in een crisis belandt: de drone is het symbool voor de jacht op de preventieve mens, een vorm van geweld dat halverwege tussen oorlog en ordedienst uitmondt in buitengerechtelijke executiecampagnes die op mondiale schaal gevoerd worden”, verklaart Grégoire Chamayou in zijn “Théorie des Drones” (La fabrique, Parijs, 2012).

Zou de toename van locale conflicten in naam van de democratie evolueren naar een mondiale aanpak en zou die toename de internationalisering op het spel zetten, de terugkeer naar het ergste dus? Dat is zeer onwaarschijnlijk ook al lijkt de democratische transitie er ten koste van te gaan. Onze wereld verandert razendsnel, in termen van vooruitgang, maar net zo goed in termen van achteruitgang. En de relativisten van de Arabische lentes voegen zich bij de pessimisten die geen andere keuze hebben dan te bevestigen dat de dictators stabiliteit en gemakkelijke compromissen aanbrachten. Israël zou waarschijnlijk eerder een Baathistisch regime en een Moubarak verkiezen boven de democratisch verkozen moslimbroeders en een explosieve Syrische oppositie. De periode waarin we nu leven geeft ons de unieke gelegenheid om getuige te zijn van een complete herdefiniëring van de internationale relaties, het opnieuw oprukken van de staten en van een bepaalde vorm van conservatisme, ontstaan door de securitaire versterking als argument tegen de onzekerheden van de democratisering. Diegenen die als eersten bezorgd zijn, zijn de westerlingen en Israël, “bezingers” van de democratie in de wereld. Denis Charbit, professor politieke wetenschappen aan de Open University van Tel Aviv volgt in een privégesprek een volledig andere redenering: “Terroristische organisaties alsook politieke opposities in opbouw kunnen vandaag de dag staten destabiliseren van zodra hun autoriteit afgezwakt is (door verscheidene redenen uiteraard, als we Egypte bijvoorbeeld met Syrië vergelijken). Het is misschien de ondergang van het regionale staatssysteem, waar het nu momenteel om gaat. Dit verklaart waarom Israël bijvoorbeeld, al sinds 2011, met ongerustheid de effecten van de Arabische lente op de regionale veiligheid waarnam.“