11/10/2013

De Algerijnse paradox

Door Samira Bendadi, schrijfster en journalist bij MO*- Magazine

Verschenen in MO*-Magazine in juli 2013

Op 19 mei mochten twee kranten, Mon Journal en haar Arabischtalige tegenhanger Djaridati, niet verschijnen. Reden is de “foutieve” berichtgeving over de gezondheidstoestand van de president. Bouteflika was toen al bijna een maand in Frankrijk. Op 17 april werd hij in een Parijs ziekenhuis geopereerd, waar hij ook moest blijven om te revalideren. De officiële communicatie over de gezondheidstoestand van de president was vanaf het begin heel karig en bleef vaag. Reden van zijn opname was een kleine ingreep en de president was aan de beterhand, werd toen meegedeeld.

Dat heeft niet kunnen voorkomen dat er een discussie over de inwerkingtreding van artikel 88 van de grondwet losbarstte. Dat artikel bepaalt dat wanneer de president verhinderd is zich van zijn taken te kwijten, die taken tijdelijk worden overgenomen door de Senaat. Maar dat vond men in regeringskringen niet nodig.

Geheimzinnigdoenerij over de ziekte van de president is niet nieuw in de Algerijnse politiek. Dat gebeurde eerder al met wijlen Houari Boumédienne, president van 1965 tot zijn dood in 1978. En het geeft tegelijkertijd aan hoe belangrijk Bouteflika wel is. In april 2014 zijn er presidentsverkiezingen. Een deel van het FLN, de partij die sinds de onafhankelijkheid van Algerije in 1962 aan de macht is, wil er graag een vierde ambtstermijn voor de huidige president doordrukken. Dat dat een herziening van de grondwet veronderstelt, vindt men geen punt. Maar dit plan kwam op de helling te staan door de gezondheidstoestand van Bouteflika.

100.000 slachtoffers

Een echt alternatief is niet meteen voorhanden. In de pers wordt er al gesproken over een post-Bouteflika-tijdperk. Maar volgens Boudjemaâ Ghechir, voorzitter van de Algerijnse Liga voor de Mensenrechten (LADH), is het post-Bouteflika-tijdperk niet met de ziekte van de president begonnen. ‘Het is al eerder begonnen, in april 2011. Na de val van Ben Ali en Moebarak’, zei hij in een interview met de krant Al-Watan.

Want ook in Algerije werd er in 2011 opgeroepen om massaal de straat op te gaan en de democratisering van het politieke systeem te eisen. Maar de opkomst was niet echt indrukwekkend. De burgeroorlog van de jaren negentig staat nog altijd in de geheugens gegrift. De hel barstte los in 1991 nadat de regering de resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen, de eerste vrije verkiezingen in het land, had geannuleerd. Het FIS, het islamitische Front National du Salut, dat de verkiezingen won, heeft zich niet neergelegd bij de deze beslissing. Het gewapende conflict dat daarop volgde, heeft meer dan honderdduizend slachtoffers gemaakt. Daarom zeggen veel mensen in Algerije dat ze hun “lente” al hebben gehad. Ze zijn bijgevolg geen vragende partij voor een nieuwe “lente”, een nieuwe strijd om de macht. Wat ze wel willen, zijn hervormingen, vooral op sociaal en economisch gebied, en de bestrijding van de corruptie.

Algerije is een rijk land. Het is de vierde uitvoerder van gas ter wereld. En met schulden van minder dan drie procent van het bnp heeft het, samen met Saoedi-Arabië, de kleinste buitenlandse schuld van de hele Arabische regio. Maar de werkloosheid is groot, vooral onder jongeren en hoogopgeleiden. De macht is geHet sociale protest van het zuiden heeft het noorden niet echt kunnen mobiliseren. Er is geen echt middenveld.centraliseerd en de economie ook. Algerije, dat sinds begin jaren negentig geleidelijk aan overgeschakeld is naar de vrijemarkteconomie en dat het laatste decennium zijn energie-inkomsten voortdurend zag stijgen, is er niet in geslaagd om een welvarende staat op te bouwen. Er is een tekort aan voorzieningen, een crisis in het onderwijs en in de woonsector. De verwaarlozing van het zuidelijke deel van het land verklaart waarom nu het sociale protest vooral in dat zuiden plaatsvindt. Tal van mensen in de directe omgeving van president Bouteflika zijn bovendien in opspraak gekomen in corruptieschandalen.

Geen elite

Maar het sociale protest van het zuiden heeft het noorden niet echt kunnen mobiliseren. Er is geen echt middenveld. Vakbonden en verenigingen worden toegelaten, maar ze vormen geen gestructureerde kracht. Volgens schrijver Mohamed Kacimi is er, behalve stemmen hier en daar, geen sprake van een echte elite. ‘De kolonisatie – die maar liefst 130 jaar heeft geduurd – heeft de maatschappij gedestabiliseerd. De burgeroorlog heeft het middenveld ontwricht en de intelligentsia uitgedund’, zei hij in een interview met Al-Watan.

De regering probeert de gemoederen te bedaren en tegemoet te komen aan sommige eisen. Zo werd de noodtoestand die in 1992 ingevoerd werd, in februari 2011 afgeschaft en er werd een reeks sociale maatregelen genomen. Begin juni heeft de regering opnieuw maatregelen aangekondigd om iets te doen aan het isolement van het zuiden. Aan het grootste overheidsbedrijf, Sonatrach, zeg maar het staatsolie- en -gasbedrijf, wordt gevraagd om een banenplan uit te werken specifiek voor de jongeren in het zuiden. En de banken zullen kantoren openen in verschillende steden om werkgelegenheidsprogramma’s te ondersteunen. Jongeren zouden gemakkelijker leningen kunnen krijgen. Het goederenvervoer naar het zuiden krijgt meer steun en vliegen van en naar de zuidelijke steden wordt de komende maanden goedkoper.

Algerije, groot verdediger van de niet-inmengingspolitiek, was geen voorstander van de NAVO-interventie in Libië en heeft het verlenen van de Syrische zetel in de Arabische Liga aan de rebellen niet gesteund. De geschillen die hierdoor zijn ontstaan met een land als Qatar zijn ondertussen gladgestreken.

Het buitenlands beleid krijgt over het algemeen bijval van de publieke opinie. Ontevredenheid is er vooral over de interne situatie. De huidige generatie verwerpt de revolutionaire legitimiteit waarop de macht van het huidige regime berust en eist dat er nu echt een begin wordt gemaakt met de democratisering van het land, aldus LADH-voorzitter Boudjemaâ Ghechir.

Begin juni hebben enkele vroegere parlementsleden van de oppositie een initiatief voor een “Tweede Republiek” genomen. Ze vinden dat het land een voorbereidingsperiode nodig heeft om aan een democratische transitie te beginnen. Ze zien geen heil in de komende verkiezingen en willen dat de kanalen van politiek en media eerst volledig opengegooid worden, zodat sociale en politieke structuren kunnen groeien. Na drie jaar kan de overgang naar een democratisch systeem beginnen. Maar of deze oproep gehoor zal vinden bij de huidige machthebbers en bij de bevolking is zeer de vraag.