07/10/2013

De Kippoer-oorlog en Oktoberoorlog, Israëlisch trauma en Arabische nostalgie, 40 jaar later

Door Sébastien Boussois, doctor in politieke wetenschappen, onderzoeker aan het instituut MEDEA, geassocieerd met de ULB (Brussel).

Afgelopen 14 september hebben joden over de hele wereld de heiligste dag op hun kalender gevierd: Yom Kippoer, het feest van de grote verzoening, dat al 5774 jaar een onmisbaar feest is voor de joden, maar het is tevens al 40 jaar een stigma van een vreselijk trauma voor de staat Israël, dat zich voordeed in 1973. In het kader van de veranderende context van het Midden-Oosten van 2013, kan het interessant zijn om de stijgende spanningen tussen Israël en zijn twee buren Egypte en Syrië te vergelijken in het licht van wat zich 40 jaar geleden voordeed, zonder een te gewaagd standpunt in te nemen.[1]

De Israëlisch- Arabische oorlog van 1973, “Oktoberoorlog”, “Kippoer-Oorlog” of de “Ramadan-Oorlog” die werd ontketend door de gezamelijke Syrische en Egyptische strijdkrachten tegen Israël op 6 oktober 1973, dient opnieuw geplaatst te worden in de geopolitieke context van toen, die opborrelde in de regio en over de hele wereld. Een globale gespannen socio-economische context, de nasleep van de triomfantelijke Zesdaagse oorlog voor Israël, een ontaarde frustratie van de sinds 1948 overwonnen vijanden, een Arabische verrassingsaanval die zelfs Israël niet kon voorzien, het einde van de mythe van de onoverwinnelijke Joodse staat, de historische oliecrisis die voortkwam uit de oorlog: zoveel elementen hebben de geschiedenis van het Nabije Oosten gemarkeerd. Het unieke karakter mogen we 40 jaar later niet ontkennen. De expansie van het Israëlische territorium na 6 juni 1967, met de inname van de Golan in het noorden, de Sinaï in het zuiden en een deel van de Westelijke Jordaanoever, vergroot het grondgebied met een derde en deze gebieden vormen een garantie voor onschendbare veiligheidszones, maar het zijn eveneens gebieden die werden afgenomen van de Arabieren en zij hebben dit nooit aanvaard. Sinds de oprichting van de Israëlische staat in 1948, de oorlog van 1956 en die van 1967 kunnen deze laatsten van nederlaag op nederlaag hun ongeduld nauwelijks verbergen om wraak te kunnen nemen.

De oorlog van 1973 maakt deel uit van de transformatie die zich al 20 jaar lang voordoet op vlak van conflicten in de wereld en is met terugwerkende kracht van toepassing op de laatste oorlog tussen staten, die plaatsvond tussen Israël en enkele Arabische landen. Denis Charbit, professor aan de Open Universiteit van Tel Aviv, is van mening dat “Israël sinds 1973 vecht tegen groeperingen, en die groeperingen zoals Hezbollah of Hamas zijn de dag van vandaag in staat om staten te destabiliseren wanneer hun autoriteit verzwakt is. Dit is misschien te wijten aan het falen van het regionale statensysteem, maar het is vooral de duidelijke verklaring waarom het voor Israël veel moeilijker is om zijn oorlogen te winnen.”[2] Sinds 1973 heeft Israël geen oorlog meer gewonnen, in die zin dat het oorspronkelijke doel nooit echt werd bereikt. Meer diepgaand betekent dit dat Israël zich, ook sinds de verrassing in 1973, meer positioneert in een logica van preventie en offensieve oorlogen om, indien nodig de kracht van hun arsenaal te tonen en te intimideren. Indien Israël Iran zou aanvallen, vroeg of laat, dan zou dat de eerste keer zijn in 40 jaar dat het land zich zou heroriënteren op een militaire aanval tegenover een staat. Zowel in Libanon als in Gaza en in opeenvolgende oorlogen van Operatie Vrede in Galilea in 1982 in Beiroet tot Operatie Wolkkolom in 2012 in Gaza, probeerde Israël terroristische bewegingen te verjagen en de raketten die regelmatig afgevuurd worden in het noorden en het zuiden van het land te doen zwijgen. Vandaag de dag zijn deze groepen er nog altijd, ondanks de oorlogen en ze zijn er zelfs sterker uit gekomen wat imago, arsenaal en politiek betreft.

Wat sommigen, zoals Michel Warschawki, Israëlisch pacifist, nog altijd de “aardbeving” [3] van 1973 noemen, komt voort uit een onverwacht, gewelddadig en moorddadig conflict met langdurige gevolgen voor zowel de Arabieren als de Israëli’s. Yigal Palmor, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, is ervan overtuigd dat 1973 de som is van alle angsten voor de Israëli’s, maar misschien dat niet alleen: “We kunnen de voortdurende impact van de Kippoer-oorlog op het Israëlische bewustzijn niet onderschatten en het raakt zowel de Israëlische ziel als de joodse. Yom Kippoer is een synoniem geworden voor de nationale klap, voor de verschrikkelijke verrassing, op een moment waarop men het het minste verwachtte, voor het zien breken van hun droom, de totale desillusie, de vergelding van arrogantie, voor een imminente catastrofe. Het ligt niet ver van wat men, vandaag nog, de dag des oordeels zou noemen: de eerste dagen van de oorlog voelden echt aan als het einde van de wereld. We hebben er die dag het allerbelangrijkste verloren: onze onschuld.”[4]

Met de transformatie van de regionale democratiserende context sinds 2011, de revoluties en burgeroorlogen die Egypte en Syrië kenden, kan men niet anders dan zich afvragen wat de gevolgen zijn van deze destabilisatie aan de grenzen van Israël, een gevaarlijk dominospel dat zou kunnen herinneren aan 1973. Sinds twee jaar zijn de relaties tussen Israël en deze twee belangrijke buurlanden aanzienlijk verslechterd, gezien ze relatief stabiel waren tijdens het dictatortijdperk, gedurende minstens drie decennia. Moeten we dan het ergste vrezen voor Israël en z’n buren, veertig jaar na de oorlog van 1973? Indien de situatie gespannen is en zelfs explosief aan de grenzen van Israël, heeft de verdeelde Arabische wereld waarschijnlijk andere prioriteiten op dit moment, dan zich te keren tegen zijn “gezworen vijand.”

De interne spanningen in volledig gefragmenteerde landen als Egypte en vooral Syrië zijn voldoende om een eventuele grootschalige operatie tegen de joodse staat tegen te gaan. Volgens journalist Charles Enderlin zijn er indien er geen regionaal risico is, tal van locale risico’s: “Wat de Sinaï en de Golan betreft, is de situatie vandaag volledig verschillend van de context van 1973. Er is geen risico op een massaal militair offensief, maar een mogelijkheid op infiltratie, terroristische aanvallen en raketafvuringen richting het Israëlisch grondgebied.

Er moet wel opgemerkt worden dat met Egypte het vredesverdrag tussen beide landen, ondanks alles, wordt toegepast. De relaties tussen het Egyptische leger en de Israëli’s zijn immers continu en discreet. Op de Golan zal Israël terugslaan in geval van een serieuze aanval.”[5] Warschawki voegt het volgende nog toe: “Een les die getrokken werd uit 1973 was dat een situatie waarin Israël in oorlog is op twee fronten (Egypte en Syrië) tegelijk, vermeden moet worden. De spanningen aan de zuidelijke grens dwingen Israël de situatie met Egypte zoveel mogelijk te normaliseren. Gezien het aan de noordelijke grens rustig is (dankzij Bachar Al Assad) is de Golan-kwestie momenteel niet aan de orde. Wat de Sinaï betreft: deze, wordt door Israël beschouwd als een wetteloos gebied waar smokkelaars en min of meer autonome gewapende groepen de wet bepalen en waarheen migranten proberen te komen (die door de Israëli’s beschouwd worden als een existentieel probleem). Het Israëlische antwoord sinds enkele maanden is: een muur.” Ver van deze commotie hebben de Israëli’s, zoals gebruikelijk het heden en de actualiteit even terzijde geschoven om zich enkele uren in de Joodse traditie onder te dompelen, zonder supplementaire grote politieke risico’s.

Sébastien Boussois



[1] Voor een uitgebreidere uiteenzetting over de kwestie: Revue Internationale et Stratégique n°90, 1973, Armand Colin/ Dalloz, Paris, 2013.

[2] Privégesprek in juni 2013.

[3] Privégesprek in mei 2013.

[4] Privégesprek in juni 2013.

[5] Privégesprek in juni 2013.