05/11/2013

Chaos in Libië

Door Ludo De Brabander, Vrede VZW

Verschenen in  ‘De Wereld Morgen‘ op 25 oktober en op www.vrede.be

Op 25 oktober 2011, eindigde de NAVO ‘Operation Unified Protector’ in Libië. Volgens NAVO-Secretaris-Generaal Rasmussen was het een van de “meest succesvolle operaties in de geschiedenis van de NAVO”. Twee jaar later regeert de chaos en is er van dat succes nog maar weinig te merken. De honderden journalisten die dag na dag de gebeurtenissen tijdens de oorlog versloegen zijn inmiddels verdwenen.

Onlangs haalde Libië toch nog eens het wereldnieuws. Een gewapende militie had de Libische premier Ali Zeidan ‘gearresteerd’ in een hotel in Tripoli. Een paar uur later werd hij opnieuw bevrijd door een rivaliserende militie. Achteraf zou het hoofd van een ‘misdaadbestrijdingseenheid’ die onder het ministerie van Binnenlandse Zaken opereert, verklaren dat hij de opdracht tot deze ontvoering had gegeven omwille van Zeidans veronderstelde betrokkenheid bij drugshandel en corruptie. Er is echter veel meer aan de hand. In Libië zijn ontvoeringen, moorden en gewelddadige confrontaties sinds het einde van de oorlog schering en inslag geworden. Het centrale gezag is zo goed als onbestaande en politiek erg verdeeld. De ontvoerders van premier Zeidan waren islamistische milities verbonden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. De bevrijders behoorden tot de machtige tribale Zintan-militie dat het ministerie van Defensie controleert.

Politiek proces in impasse

Het werd nochtans allemaal veelbelovend voorgespiegeld. Meteen na de gewelddadige door de NAVO gesteunde opstand die zeven maanden duurde, maakte de Nationale Transitieraad, de interim-regering van de rebellen, haar ‘road map’ bekend. Die zou het land in 18 maanden stapsgewijs naar een volledige democratie leiden. Vorige zomer vonden er verkiezingen plaats voor een nieuw parlement. Ze werden gewonnen door de Alliantie van Nationale Krachten (48,14%), een gematigd islamitisch platform van partijen, ngo’s en voormalige rebellen gevolgd door de Moslimbroeders (Rechtvaardigheid en Constructiepartij, 10,27%). Tot een volgende fase, de voorbereiding en stemming van een nieuwe grondwet gevolgd door nieuwe verkiezingen, is het niet meer gekomen. De Alliantie van Nationale Krachten geraakte gefragmenteerd en islamistische parlementsleden deden pogingen om de regering te doen vallen. Het rivaliserende militiegeweld en de desastreuze economische staat begonnen hun tol te eisen.

Tijdens de burgeroorlog organiseerden de rebellen zich in tal van brigades onder lokale militaire raden. De Libische revolutie was er een van de periferie tegen het centrum en werd geleid door sterke milities uit steden als Benghazi, Misrata en Zintan. Maar ook na de val van Khaddafi bleven ze een prominente politieke en militaire rol spelen als ‘bewakers van de revolutie’. Zij verzetten zich tegen hun ontwapening, maar ook tegen de oprichting van een nationaal leger en politie. Volgens schattingen zouden er rond de 200.000 militieleden actief zijn in meer dan 1000 milities. Ze vormen een parallelle staat. De centrale regering probeert al maanden de militieleden te integreren in nationale structuren – zoals het Hoge Veiligheidscomité -, om het veiligheidsvacuüm na de val van Khadaffi op te vullen, maar krijgt er geen vat op. De regering betaalt hun salarissen, maar kan niet rekenen op hun loyaliteit.

Ontvoeringen en moorden

Onder de milities bevinden zich islamistische extremisten die zich hebben geallieerd met islamistische politici in het parlement. Ze zien zichzelf als strijders tegen criminaliteit en drugtrafiek, maar werden er vorig jaar van beschuldigd Soefi-heiligdommen te hebben vernietigd.

Een groep die opereert onder de naam Ansar al-Shariah wordt er van verdacht achter de aanval op het Amerikaanse consulaat in Benghazi te zitten waarbij de ambassadeur en drie medewerkers werden gedood. Pogingen om de door het Westen gesteunde premier Ali Zidan uit zijn functie te ontzetten om vervolgens een striktere islamitische regering op poten te zetten, zouden eveneens uit islamistische hoek komen. Ali Zidan zelf spreekt van een couppoging. Andere gewapende groepen steunen Zidan’s meer seculiere bondgenoten, maar gaan niet minder driest te werk. Een aantal van die pro-regeringsmilities, zoals de Zintan-militie opereert autonoom. Vorig jaar vielen ze een gebouw van een oliebedrijf in Tripoli aan en gijzelden de CEO. Ze vroegen geld voor het beschermen van de olievelden tijdens de oorlog.

De politieke rivaliteiten en het krijgsherengedrag hebben het potentieel om uit te barsten tot een nieuwe burgeroorlog. Vooral in Benghazi, de tweede stad van het land neemt het geweld toe. De VN-missie in Libië (Unsmil) publiceerde in februari een rapport over de opvallende stijging van het aantal moorden op hoge politieofficieren en militairen en van aanvallen op diverse veiligheidsinstellingen van de staat. In januari 2013 maakt het ministerie van Binnenlandse Zaken bekend dat het aantal moorden was gestegen van 87 in 2010 naar 525 in 2012 (een stijging van meer dan 500 %), terwijl het aantal diefstallen in winkels en bureaus steeg van 143 naar 783.

Volgens een rapport van Amnesty maken de milities zich schuldig aan ernstige mensenrechtenschendingen. Mensen, naast politieke tegenstanders vooral migranten en asielzoekers, worden zonder vorm van proces opgesloten en gefolterd.

De bevolking komt meer en meer in verzet tegen de groeiende onveiligheid en de politieke instabiliteit. Deze zomer kwam het tot rellen nadat honderden demonstranten door de straten van Benghazi trokken in een reactie op de moord op een prominente politieke activist (Abdelsalam al-Mosmary) en criticus van de Moslimbroeders. Ze staken het hoofdkwartier van de moslimbroeders in Benghazi in brand. In Tripoli richtte het ongenoegen zich op het hoofdkwartier van de liberale politieke coalitie die aan de macht is omdat die niet in staat is te zorgen voor veiligheid en niet opgewassen is tegen de corruptie. Zidan zag zich verplicht eerst zijn regering te herschikken en vervolgens een veiligheidskabinet op te richten. De officier die verantwoordelijk was voor het onderzoek naar de vele moorden werd eind augustus zelf het slachtoffer van een bomaanslag.

Olie en gas

Het geweld legt ook de economie lam. Op verschillende plaatsen hebben milities de jongste maanden blokkades aangelegd rond olie- en gasfaciliteiten. Eind september bezetten leden van de Amazigh (van de Berberse minderheid), een gasinstallatie in Nalut in het westen van het land. Ze eisten de officiële erkenning van hun taal. In het olierijke oosten bezetten gewapende groepen onder leiding van Ibrahim al-Jathran in september de belangrijkste olieterminals als reactie op de corruptie die met de verkoop gepaard gaat. Ze sloten de oliekraan en eisten grotere autonomie voor hun regio. Jathran staat aan het hoofd van 17.000 gewapende mannen en was vorig jaar nog aangesteld als commandant van de Petroleum Defensiewacht. Dankzij de bezetting controleert Jathran zowat 60 procent van de Libische olie.

Olie en gas zijn de belangrijkste exportproducten van het land, goed voor 95 procent van alle exportinkomsten. De Zintan-milities volgden het Benghazi-voorbeeld en legden de hand op olie- en gasinstallaties in het westen van het land. Daarnaast worden deze installaties getroffen door stakingen voor looneisen en tegen corruptie. De productie die onder Khadaffi nog 1,5 miljoen vaten per dag bedroeg is inmiddels tot een derde teruggevallen, met dagen waarop er slechts 150.000 vaten worden geproduceerd. De energieschaarste laat zich in Libië voelen door talrijke onderbrekingen van de elektriciteitstoevoer, wat dan weer verder bijdraagt tot de groeiende onvrede bij de bevolking.

Het is nog lang niet zover, maar de strijd om de bodemrijkdommen, de afwezigheid van een sterk centraal gezag, de sterke tribale samenleving en de grote autonomie die lokale milities en lokale besturen – van wat al defacto stadsstaten zijn – zich toe-eigenen doen het land balanceren op de rand van de desintegratie. Sommige milities maken gebruik van het machtsvacuüm en eisen niet alleen meer autonomie, maar roepen zelfs de onafhankelijkheid uit. In september riepen een aantal tribale leiders de onafhankelijkheid uit van Fezzan, een van de drie regio’s van Libië naast Cyrenaica en Tripolitania.

Regionale destabilisering

De destabilisering blijft niet binnen de grenzen van het land. De oorlog in Mali eind 2012, begin 2013 was gedeeltelijk een gevolg van de oorlog in Libië. De voormalige Libische rebellen spelen ook een prominente rol in de oorlog in Syrië, een strijd die ze vergelijken met wat er in Libië is gebeurd. Het feit dat Khadaffi en Assad goede banden met elkaar onderhielden, versterkt dat alleen maar. In juni bevestigde de New York Times het bestaan van belangrijke wapentrafieken van Libië naar Syrië gefinancierd door Qatar. Deze wapens zouden ook afgenomen worden door met Al-Qaeda gelinkte milities in Syrië. Een belangrijke deel van het transport zou over zee verlopen vanuit Benghazi, waar de islamistische strijders heel sterk staan, richting de Turkse havenstad Iskendrun vanwaar ze over land de Syrische grens overgaan. Er zouden ook al 27 vluchten met wapens naar Turkije (via Gaziantep) zijn georganiseerd. De Turkse regering is of op de hoogte of werkt er zelfs actief aan mee. Libië is ook een hub voor Afrikaanse jihadi’s die in Syrië willen gaan vechten. Tientallen voornamelijk islamistische Libische militieleden geven er ook militaire trainingen. Het zijn maar enkele voorbeelden van hoe een door de NAVO gesteunde opstand nog jaren later een hele regio kan destabiliseren.