23/12/2013

Politieke deal in een verdeeld Tunesië

Door Marjon Goetinck, MEDEA Instituut

Na 3 maanden onderhandelen heeft Ennahda een deal gesloten met de oppositiepartijen in een poging een uitweg te vinden uit de politieke impasse. Mehdi Jomaa, die tot voor kort minister van Industrie was, werd op 14 december aangesteld als eerste minister van de overgangsregering. Hij heeft de taak om binnen de 14 dagen een onafhankelijke regering van technocraten samen te stellen die het land zal besturen tot aan de verkiezingen volgend jaar (een datum is nog niet vastgelegd). Tot op welke hoogte kan dit compromis helpen om de neerwaartse spiraal waarin Tunesië zich bevindt te doorbreken?

Het land is immers verzonken in een diepe politieke en sociale crisis sinds de politieke moorden op twee linkse oppositieleiders Chokri Belaïd in februari en Mohammed Brahmi in juli dit jaar. Hoewel de moorden niet opgeëist zijn, heeft de oppositie Ennahda in diskrediet gebracht door hen als de grootste partij van het land te beschuldigen de hoofdverantwoordelijke te zijn voor het gebrek aan veiligheid en openbare orde.[1]

Er is bitterweinig gerealiseerd de voorbije twee jaar: de werkloosheidscijfers zijn nog steeds torenhoog, de inflatie stijgt, de corruptie ondermijnt nog steeds de administratie, het land bevindt zich aan de rand van een economische afgrond, het proces om de grondwet af te ronden is vastgelopen en erger nog, de vrijheden en veiligheid van de Tunesiërs worden nog meer dan ooit bedreigd.[2] Het land blijft fragiel en verdeeld.

Geïnspireerd door de Egyptische Tamarod beweging kwamen duizenden betogers in augustus en september op straat om het aftreden van de regering te eisen en de ontbinding van de Nationale Constituante. Na de revolutie, tijdens de verkiezingen van 2011, werd deze Constituante opgericht om de nieuwe grondwet van Tunesië op te stellen. Voorzien was dat deze grondwet na één jaar af zou zijn, twee jaar later is dit nog steeds dode letter. Beji Caid Essebsi, de leider van de nieuwe seculiere oppositiepartij Nidaa Tounes (de Roep van Tunesië), meende dat de Constituante om die reden geen legitimiteit meer had en ontbonden moest worden. Ennahda en zijn leider Rachid Ghannouchi weigerden dit resoluut. Het ontbinden van deze democratisch verkozen instelling zou, volgens hen, een revolutionaire zelfmoord betekenen.

Het maandenlange getouwtrek tussen de oppositie en de regering rond de politieke legitimiteit resulteerde in oktober in het opstarten van een “nationale dialoog.[3]  Het stappenplan dat in dit kader opgesteld werd, stipuleert dat één van de taken van Mehdi Jomaa erin bestaat een technocratenregering te vormen om de Tunesische bevolking te verzoenen met de politiek.  Afgelopen zaterdag bevestigde de leider van Ennahda, Rached Ghannouchi, dat zijn partij aanvaard heeft “de macht af te staan en (onze) regering op te offeren om Tunesië op weg te helpen naar democratie en om de transitiefase te vervolmaken.”[4]

Hoewel de meerderheid van de Ennahda-aanhangers zich vastklampt aan de verworvenheden van de revolutie, stellen de topleiders van Ennahda zich meer pragmatisch op. Gesterkt door de onrustbarende lessen van de coup in Egypte zijn ze meer geneigd tot compromissen en een langetermijnvisie.[5] Nidaa Tounes aanvaardde de aanstelling van Mehdi Jomaa evenwel niet omdat hij behoort tot de aftredende regering.

Veel Tunesiërs zien in deze politieke deal echter een teken dat de nationale dialoog niet mislukt is. Dé grote uitdaging zal zijn om zo snel mogelijk tot verkiezingen te komen. Zo zal duidelijk worden hoe de verhoudingen tussen de verschillende partijen precies zijn. Dit is nodig om de stabiliteit van het land te verzekeren en het vertrouwen op nationaal en internationaal vlak te herwinnen.

Sinds de afzetting van Ben Ali is het land op zoek naar een nieuwe politieke orde. Ook in Tunesië is de revolutie nog lang niet afgerond. Het slagen of mislukken van het politieke transitieproces hangt ontegensprekelijk samen met een adequate aanpak van de hete hangijzers inzake politieke hervormingen en procedurekwesties zoals het organiseren van nieuwe verkiezingen, het invoeren van een nieuwe grondwet, een transitionele rechtvaardigheid en institutionele hervormingen bewerkstelligen.

tunisia_mehdi_jomaa-reuters

Mehdi Jomaa, de nieuwe Tunesische eerste minister. Bron: REUTERS/Anis Mili/Files


[1] De Tunesische regering wordt gevormd door een tripartite: Ennahda en twee kleine partijen: de linkse centrumpartij Ettakatol en de seculiere partij van president Moncef Marzouki, le Congrès pour la République.

[2] « Tunisie : le salut par le dialogue national », Choukri Hmed, 18 december 2013, Libération http://www.liberation.fr/monde/2013/12/17/tunisie-le-salut-par-le-dialogue-national_967209

[3] De nationale dialoog verenigt parlementaire krachten en een “kwartet” dat bestaat uit extraparlementaire krachten, namelijk de UGTT (l’Union Générale des Travailleurs Tunisiens), de Tunesische Vakbond voor de Industrie, de Handel en de Nijverheden (UTICA), de Tunesische Liga voor de Mensenrechten en de orde van de Advocaten.

[4] «Un nouveau premier ministre pour une Tunisie désillusionnée»,  Thibaut Cavaillès, Le Figaro, 15 december 2013, http://www.lefigaro.fr/international/2013/12/15/01003-20131215ARTFIG00094-un-nouveau-premier-ministre-pour-une-tunisie-desillusionnee.php

[5] « Tunesia’s Transition Continues », Monica Marks, 16 december 2013, Foreign Policiy http://mideastafrica.foreignpolicy.com/posts/2013/12/16/tunisias_transition_continues#sthash.YbjFkYiX.dpbs