06/12/2013

Turkije, een steeds meer geïsoleerde regionale speler; de gemiste weg van onpartijdigheid

Door Astrid Vanackere, MEDEA Instituut

Op zaterdag 23 november kondigde Turkije aan dat het haar diplomatieke relaties met Egypte zou terugschroeven. Deze aankondiging kwam er nadat Egypte eerder die zaterdag een gelijkaardige zet deed en de Turkse ambassadeur Hüseyin Avni Botsali verzocht het land te verlaten. Dit gebeurde de dag nadat de Turkse premier Erdogan een oproep deed om de afgezette president Morsi vrij te laten en hij Egyptische interim regering nog maar eens bekritiseerde. Egypte beschuldigde Turkije op zijn beurt van inmenging in de interne zaken van het land en het beledigen van de wil van het Egyptische volk en ondernam dus actie. Bijgevolg besloot Turkije de Egyptische ambassadeur, die op dat moment niet in het land was, uit te wijzen.[1]

turkije-egypte_erdogan_met_morsi_op_top_ankara_30sep2012bilan-pe6

TodaysZaman.com

 

Deze diplomatieke spanningen tussen Turkije en Egypte onderstrepen nog maar eens dat het zero problems beleid met als kernbegrip equidistantie (zich niet mengen met interne aangelegenheden van de buurlanden), sinds de aanvang en in de nasleep van de Arabische Lente onder druk staat.
Iets meer dan een jaar geleden leken de Turks-Egyptische relaties nochtans beloftevol. Erdogan bezocht het land in september 2011, nog voor de Egyptische presidentsverkiezingen, vergezeld door 6 ministers en ongeveer 200 zakenlui en werd als een held onthaald. Een week na dit fameuze bezoek verkondigde minister van Buitenlandse Zaken Davutoglu zijn visie voor een strategische alliantie tussen Turkije en Egypte en noemde het de ‘Axis of democracy.’ [2] Turkije koos ervoor de economische relaties tussen beide landen te versterken op het moment waarop men de uitkomst van de Egyptische revolutie nog niet kende.
Met de verkiezingsoverwinning van de Moslimbroeders werden de bilaterale relaties nog versterkt en werden plannen gemaakt om de bilaterale handelstransacties te verhogen. Maar dit is allemaal verleden tijd: sinds president Morsi van de macht verdreven werd in juli dit jaar, lopen de diplomatieke spanningen tussen Turkije en Egypte hoog op.
De spanningen bereikten in augustus een eerste hoogtepunt toen de Egyptische veiligheidsdiensten pro-Morsi demonstrantenkampen, door de Moslimbroeders georganiseerd, aanvielen. Het resultaat was dat beide landen hun ambassadeurs terugriepen en dat Erdogan harde kritieken uitte aan het adres van de Egyptische interim- regering, door het incident als ondemocratisch af te doen en af te kondigen dat Egypte te kampen had met staatsterrorisme.[3]
Erdogan betrok ook Israël in het geschil door het Egyptische leger van samenzwering met Israël te beschuldigen en de Morsi regering omver te willen werpen. Hij beweerde hiervan bewijs te hebben. Een Egyptische overheidswoordvoerder kaatste de bal terug door Erdogan af te schilderen als een ‘Agent van het Westen.’ Vervolgens werden in oktober de gezamenlijke militaire oefeningen tussen beide landen opgeschort en op 23 november begon men aan een nieuwe ronde ‘ambassadeurs uitwijzen’.
Deze houding doet de vraag rijzen of Erdogan’s hoogdravende aanpak de effectiviteit van het Turks buitenlands beleid ondermijnt. Dat Turkije de Egyptische coup betreurde, is enigszins begrijpelijk. Goede banden tussen de AKP (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling) en de Morsi-regering maakten deel uit van Erdogan’s ambitie voor een regionaal leiderschap, maar Turkije was te druk bezig het succesverhaal van de Egytische democratie te benadrukken om de gebreken van het Morsi-regime te zien.[4] Na de afzetting van Morsi, werd Erdogan één van de meest uitgesproken buitenlandse critici van de Egyptische interim regering. Deze bombastische aanpak bracht het zero problems beleid nog meer schade toe.

In de nasleep van de Arabische Lente kwam het zero problems with neighbors beleid op de helling te staan. Geen problemen met de buurlanden betekent niet tussenkomen in interne zaken. Dit was perfect haalbaar zolang de status-quo in de regio stand hield. De Arabische revoluties dwongen Turkije echter uit haar non-interventie zone en deden het land in de wirwar van regionale conflicten belanden. Het concept equidistantie belandde in de goot en Turkije koos de weg van partijdige actor. Hoewel de strijd met het buitenlands beleid in het Midden-Oosten onvermijdelijk was, dreigt de keuze van partijdigheid het land eerder te isoleren dan dat het haar invloed in de regio doet toenemen. Een regionale samenwerking heeft nog steeds potentieel en kan op lange termijn de veiligheidssituatie in de regio verbeteren. Wil Turkije deze regionale samenwerking bereiken en haar invloed behouden, zal het land echter een meer pragmatische weg moeten inslaan en een genuanceerdere houding aannemen wat interne conflicten van haar buurlanden betreft.

 


[1] http://english.ahram.org.eg/News/87251.aspx

[2] http://democrati.net/2011/09/30/egypt-and-turkey-an-axis-against-democracy/

[3]http://www.foreignpolicy.com/articles/2013/08/21/how_turkey_foreign_policy_

went_from_zero_problems_to_zero_friends

[4]http://www.foreignpolicy.com/articles/2013/08/21/how_turkey_foreign_policy_

went_from_zero_problems_to_zero_friends