27/01/2014

Israëlische Academia onder vuur

Door Sigrid Vertommendoctoraatstudent en assistente aan de Middle East and North Africa Research Group (Menarg) van de Universiteit Gent.

De Israëlische universiteiten kregen het de voorbije maanden zwaar te verduren. Een eerste klap werd toegebracht door de nieuwe EU richtlijnen die stellen dat universiteiten in de Bezette Gebieden geen kandidaat meer zijn voor Europese beurzen, leningen of prijzen. Een tweede pijnpunt  is het toenemende succes van de internationale boycotcampagne tegen Israëlische universiteiten (PACBI) die onlangs onderschreven werd door de invloedrijke American Studies Association (ASA). De Israëlische Academia wordt op die manier gedwongen om zich te bezinnen over haar rol in het voortduren en consolideren van het Palestijns-Israëlisch conflict.

PACBI

Licht aan de Horizon 2020

Een van de eerste confrontaties tussen de EU en Israël in het licht van de nieuwe richtlijnen kwam er met Horizon 2020, het nieuwe ambitieuze R&D financieringsproject van de Europese Unie. Met een budget van niet minder dan 80 miljard euro wil de EU zich tegen 2020 officieel positioneren als de meest succesvolle en innovatieve kenniseconomie ter wereld. Voortbouwend op een traditie van bevoorrechte wetenschappelijke samenwerking – onder FP7 ging er 634 miljoen euro aan wetenschappelijke fondsen naar Israël – werd Israël als enige niet-EU lidstaat toegestaan om deel uit te maken van Horizon 2020. Dankzij deze geprivilegieerde positie zouden Israëlische onderzoeksinstellingen en hightechbedrijven voor 500 miljoen euro aan onderzoeksgelden ontvangen in de periode 2014-2020. Het wetenschappelijk samenwerkingsverband tussen de EU en Israël kwam echter op losse schroeven te staan wanneer de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken Catherine Ashton aankondigde dat Israëlische onderzoeksactiviteiten voorbij de Groene Lijn – in de Golanhoogten, Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem) en Gazastrook – niet gefinancierd konden worden, conform de nieuwe EU richtlijnen. De Israëlische overheid reageerde verbolgen op het nieuws en de hardliners – met Avigdor Lieberman op kop – stelden meteen voor om het akkoord op te blazen. Goed beseffende wat voor financiële aderlating en sociaal bloedbad dit zou veroorzaken, trokken de Ministers van Onderwijs en Wetenschap en Technologie, de Raad voor Hoger Onderwijs en het Comité van Universitaire Rectoren aan de alarmbel. Na een telefonische marathononderhandeling tussen Tzipi Livni en Catherine Ashton werd uiteindelijk een compromis bereikt. De EU hield voet bij stuk dat er in het kader van Horizon 2020 geen eurocent zou geïnvesteerd worden in Israëlische onderzoeksinstellingen –of bedrijven die op één of andere manier gelieerd zijn aan de Bezette Gebieden. Israël voegde echter een speciale annex toe aan de overeenkomst waarin het duidelijk afstand neemt van de positie van de Europese Unie onder de noemer “agree to disagree”. Israël stelde de geviseerde instellingen ook meteen gerust dat zij zouden gecompenseerd worden voor potentiële verliezen door de overheid. Ook al wordt het in de praktijk zeer moeilijk om precies na te gaan of er indirect geen deel van de fondsen in de illegale nederzettingen terecht komen, vormde deze beslissing een sterk signaal van de EU. Bovendien blijkt Horizon 2020 een precedent te scheppen voor verdere bilaterale overeenkomsten tussen Israël en EU lidstaten. Tijdens recente onderhandelingen over het hernieuwen van Duitse investeringen in Israëlische universiteiten en hightechbedrijven, eiste Duitsland dezelfde territoriale clausule als die in Horizon 2020 vervat was, nl. dat er geen fondsen naar de illegale nederzettingen voorbij de Groene Lijn zouden gaan.

American Studies Association: “to PACBI or not to PACBI, that’s the question”

Als klap op de vuurpijl onderschreef de American Studies Association (ASA), een prestigieuze academische vereniging die onderzoek naar Amerikaanse cultuur en geschiedenis promoot – begin december de academische verzetscampagne tegen Israël (PACBI). Tijdens een referendum keurde een grote meerderheid van de 5000 ASA-leden de boycot van Israëlische academische instellingen goed. Hiermee treedt de ASA in de voetsporen van honderden andere academische instituties, docentenverenigingen of studentenverenigingen verspreid over gans de wereld, van Hawaï over Ierland tot Mexico. De Palestijnse Campagne voor de Academische en Culturele Boycot van Israël, die deel uitmaakt van de grotere Boycot Divestment and Sanctions (BDS) beweging, werd in 2004 gelanceerd door een groep van Palestijnse academici en intellectuelen en wordt sindsdien breed gedragen door een zestigtal Palestijnse academische en culturele instellingen en organisaties. De PACBI roept de internationale academische gemeenschap op om alle Israëlische academische en culturele instellingen te boycotten zolang Israël zich niet terugtrekt uit de Gebieden die in 1967 bezet of geannexeerd werden, zolang het apartheidsregime binnen Israël gehandhaafd blijft en zolang Israël niet tegemoet komt aan VN-resolutie 194 die Palestijnse vluchtelingen het recht of terugkeer garandeert. De boycot viseert geen individuele Israëlische academici, maar wel de wetenschappelijke instellingen die deze wetenschappers vertegenwoordigen. Het uitgangspunt van de PACBI is dat deze instellingen de technologische en wetenschappelijke onderbouw en morele legitimering hebben geboden voor Israëls voortdurend kolonisatieproject dat Palestijnen hun fundamenteel recht op onderwijs ontkent. Ondanks kritieken van tegenstanders dat de academische boycot antisemitisch en hypocriet zou zijn omdat het enkel en alleen Israël viseert als mensenrechtenschender, loofde PACBI-coryfee Omar Barghouti (Iside Higher Ed, 2014) de beslissing van de ASA als “a crucial catalyst in this emancipatory process of reclaiming rights for all who are denied them”. Zowel Horizon 2020 als het voortdurend succes van de boycotcampagne dwingen Israëlische universiteiten en onderzoeksinstellingen om neer te dalen uit hun ivoren toren. Zij kunnen niet langer pretenderen om “verlichte eilanden van kritische reflectie” te zijn die volledig los staan van het Israëlisch project van bezetting en racisme. Zowel inzake financiering als in het soort kennis dat ze produceert zou de Israëlische Academia zich ernstige vragen moeten beginnen stellen over haar medeplichtigheid in het voortduren en consolideren van het Palestijns-Israëlisch conflict.