10/01/2014

Uiteindelijk gaat het om herverdeling

Door Samira Bendadi, Mo Magazine

Verschenen in Mo Magazine in december 2013

In Egypte zijn de militairen opnieuw aan de macht. In Tunesië werden dit jaar twee leiders van de oppositie doodgeschoten en vechten gewapende groepjes een guerrilla uit met de ordediensten. In Libië werd de premier kort ontvoerd en in Syrië is de situatie uitzichtlozer dan ooit. Is de Arabische Lente begraven, precies drie jaar nadat Mohammed Bouazizi zichzelf in het Tunesische Sidi Bouzid in brand stak? Madawi Al-Rasheed maakt voor MO* de balans op.

Madawi Al-Rasheed.

© MO*/Samira Bendadi 

Euforisch waren ze tijdens de eerste maanden die volgden op de val van Zine Al-Abedine Ben Ali en Hosni Moebarak. De Arabieren hadden eindelijk hun trots teruggevonden. Maar die trots is al lang weggeëbd en de hoop is in teleurstelling omgeslagen. In de landen waar er verandering kwam is er bij sommigen zelfs nostalgie naar een echte of een verbeelde ‘goede oude tijd’. En waar de regimes intact bleven, zijn velen blij dat het bij hen het niet zo’n vaart heeft gelopen. Gaat het om een identiteitscrisis? Klassenstrijd? Een sektarisch probleem? Of is het utopisch om te denken dat gewone mensen in staat zijn gevestigde systemen omver te werpen en nieuwe op te bouwen? Madawi Al-Rasheed, een Saoedische academica gespecialiseerd in het Arabische schiereiland, ziet weinig reden tot optimisme. De problemen zijn gigantisch en de weg is lang en moeilijk.

Hoe kijkt u terug op de Arabische revoluties drie jaar na het uitbreken van de eerste opstand in Tunesië?

Madawi Al-Rasheed: De Arabische revoluties waren vanaf het begin uitzonderlijk. Ze zijn specifiek voor de eenentwintigste eeuw. In tegenstelling tot andere revoluties hadden de Arabische revoluties geen charismatische leider die een ideologie uitdraagt en die wilde laten gelden. Dat was nieuw en tegelijk een probleem. In plaats van een leider hadden we het volk. Het charisma van de leider werd vervangen door het charisma van het volk. En zo is er een nieuw fenomeen ontstaan: het charisma van het plein.

Waarom was er geen leider?

Wie is Madawi Al-Rasheed?

Gastdocente verbonden aan het Middle East Centre van de London School of Economics en research fellow bij de Open Society Foundation. Ze was tussen 1994 en 2013 hoogleraar Antropologie en Religie aan King’s College in London. Ze heeft daarvoor ook gedoceerd aan de University of London en de University of Oxford. Ze heeft verschillende publicaties over Saoedi-Arabië op haar naam.

Madawi Al-Rasheed: Er was geen leider omdat de verschillende regimes in de regio elke vorm van politiek protest bij de wortel aangepakt hadden. Alle linkse, liberale en nationalistische bewegingen werden opzijgezet. De oppositie bleef beperkt tot die van de islamitische bewegingen. Er was geen ruimte voor het ontstaan van een alternatief leiderschap. Het charisma van het plein had een revolutionaire geest maar was niet in staat om zich te ontwikkelen tot een instelling die de macht overneemt. Op het Tahrirplein was het volk aanwezig. Het wilde zichzelf laten gelden. Alle lagen van de bevolking waren er. Deze mensen waren niet georganiseerd. Na de val van het hoofd van het regime zijn ze uit elkaar gegaan.

Ze zijn uit elkaar gegaan zonder de zekerheid te hebben dat wat ze wilden ook echt wordt gerealiseerd.

Madawi Al-Rasheed: Ze hebben hun doel niet verwezenlijkt omdat ze zich niet konden waarmaken. Een revolutie is iets agressiefs waarbij koppen rollen en belangrijke figuren van het oude regime uit de weg worden geruimd. Dat is niet gebeurd in de Arabische landen, behalve in Libië, waar de revolutie heel snel gemilitariseerd werd.

Wat is de balans nu? Waar staat de Arabische wereld vandaag?

Madawi Al-Rasheed: Instabiliteit is misschien de term die de situatie het best weergeeft. Het is moeilijk te voorspellen hoe het verder zal gaan en dat is niet zo verwonderlijk. Revoluties zijn geen rechte lijnen van A naar Z. Er zullen momenten van terugval zijn. Misschien keren we tot de nulfase terug of worden de vrijheden opnieuw teruggeschroefd. Een revolutie is ook iets dat veel tijd in beslag neemt. Het is het begin van een nieuwe periode. Het probleem is dat de mensen nu geen geduld hebben; we zijn slechts drie jaar na de eerste revolutie. Het Arabische totalitaire regime is bovendien verankerd in de staatsinstellingen. De regimes hebben hun mensen in het justitieapparaat, in de veiligheidsdiensten, in de inlichtingendiensten, in het leger … En dat verklaart waarom het deze volkeren niet lukt om de staat snel schoon te vegen. Het maakt het ook mogelijk voor oude gezichten om weer aan de macht te komen. Wat in Egypte gebeurd is, bewijst wat ik zeg. We gaan nu door weeën. Er zullen periodes zijn van achteruitgang en misschien zullen deze weeën leiden tot waar de Arabische volkeren naar streven, namelijk vrijheid, gerechtigheid en waardigheid.

Is wat in Egypte gebeurd is een terugval?

Madawi Al-Rasheed: Ja, in alle betekenissen van het woord. Egypte kende een begin van een democratisch experiment dat geaborteerd werd. Volgens mij had Egypte beter gewacht tot het einde van de presidentstermijn of was het land na de verdeeldheid over Morsi beter overgegaan tot vervroegde verkiezingen. Dan hadden we misschien nieuwe gezichten zien opduiken of had er een coalitieregering gevormd kunnen worden die de verschillende strekkingen binnen de Egyptische samenleving vertegenwoordigt.

Maar het was vanaf het begin een of/of verhaal. De Moslimbroeders waren niet te vinden voor vervroegde verkiezingen.

Madawi Al-Rasheed: De Moslimbroeders hebben vervroegde verkiezingen geweigerd omdat ze ervan uitgingen dat ze legitimiteit hadden en dat ze de meerderheid van de stemmen hadden behaald. Maar volgens mij was er een project dat al in gang was gezet. Het is moeilijk voor een democratisch experiment te slagen wanneer het omringd is door regionale krachten die dat experiment willen aborteren. Egypte is een belangrijk land. Er was vanaf het begin grote regionale belangstelling voor dat experiment, vooral in de Golfstaten, met Saoedi-Arabië op kop. Na slechts één jaar was er geen plaats meer voor Morsi om aan de macht te blijven. Het democratische experiment in Egypte was een indirect gevaar voor de heersende families in de Golfstaten. Want een democratisch Egypte zal zeker vragen doen rijzen over het politieke systeem in die landen zelf.

De Moslimbroeders waren niet de drijvende kracht achter de revolutie, maar hebben de revolutie gebruikt om aan de macht te komen. In plaats van het systeem verder te democratiseren, waren ze bezig de staat te “verbroederschappen”, zeggen de critici.

Madawi Al-Rasheed: Ik denk dat wat er in Egypte gebeurd is ook de vertaling is van een klassenconflict. Dat is ook zo in Tunesië. De Arabische revoluties hebben een nieuwe groep mensen met ander onderwijs en een andere cultuur aan de macht gebracht. De mannen van de islamitische partij Annahda in Tunesië zijn anders dan de klasse die tot nu toe aan de macht is geweest. Hun‘Alle staten hebben gefaald. Ook de nationalistische en socialistische regimes hebben allemaal bepaalde groepen bevoorrecht ten nadele van andere.’ visie is ook anders en dat wordt vaak vergeten. In Egypte behoren de rechters tot een bepaalde sociale klasse met banden met het vorige regime. Ze hebben gezien dat ze dreigden gemarginaliseerd te worden, daarom werden er korte metten gemaakt met het democratische experiment.

Het is een klassenconflict dat de vorm van een religieus conflict heeft aangenomen waarin de discussie over de plaats van de islam centraal stond.

Madawi Al-Rasheed: Kijk, alle conflicten in de Arabische wereld zijn vatbaar voor het aannemen van een religieuze kleur. Nu draait het conflict om identiteit, om de islamitische moraal of de relatie tussen de islam en het Westen. Dat zijn slechts de etalages van conflicten die je niet kunt zien tenzij je ze grondig bestudeert. De Moslimbroeders hebben de coup geïnterpreteerd als een coup tegen religie. Maar hoe kan het een coup tegen religie zijn als de overgrote meerderheid van de Egyptenaren, zowel de voorstanders als de tegenstanders van Morsi, gelovig is? Het zijn eerder klassenconflicten en culturele conflicten en die zijn er in alle maatschappijen. Het probleem in de Arabische landen is dat er geen systeem bestaat waarbinnen die conflicten uitgevochten kunnen worden zonder dat grote groepen in de samenleving van dat systeem uitgesloten worden.

Het democratische Egyptische experiment is niet tot een goed einde gebracht. Wat is het effect daarvan op de rest van de Arabische wereld?

Madawi Al-Rasheed: Wat in Egypte gebeurd is, heeft een dubbelde verdeeldheid veroorzaakt in de Golfregio. Er is verdeeldheid in de publieke opinie. In Saoedi-Arabië steunt een deel van de bevolking het Saoedische regime en vindt het een goede zaak dat de moslimbroeders in Egypte niet meer aan de macht zijn. Ze denken dat dat het einde van het islamisme betekent. Een andere deel stelt Saoedi-Arabië medeverantwoordelijk voor het vallen van veel slachtoffers onder de aanhangers van Morsi. De coup heeft ook de kloof tussen het Qatarese project en het Saoedische project dieper gemaakt. Saoedi-Arabië denkt een overwinning te hebben geboekt omdat het erin geslaagd is een einde te maken aan de Qatarese droom om van Egypte, onder de Moslimbroeders, een bondgenoot te maken.

En wat met de rest van de Arabische landen?

Madawi Al-Rasheed: De Egyptische revolutie heeft een einde gemaakt aan het project van geweld als middel van verandering. Het terroristische project dat zich verspreid heeft over heel veel landen en waarvan men ten onrechte de indruk had dat het gesteund werd door de bevolking was in een impasse beland. En plots kwam er hoop, in de vorm van de vreedzame betogingen. Dat was een heel belangrijk moment in de Arabische wereld. Sommigen dachten dat het geweld als middel van verandering voorgoed voorbij was en plaats had gemaakt voor vreedzaam activisme. Maar na drie jaar is gebleken dat vreedzaam activisme niet genoeg is om het systeem te veranderen. We zijn nu in een fase beland dat mensen zelfs niet meer willen weten wie hen regeert, als ze maar een inkomen hebben en uitzicht op een toekomst voor hun kinderen.

U was tegen het NAVO-optreden in Libië. Hoe kijkt u er nu op terug?

Madawi Al-Rasheed: Er is spijtig genoeg een inmenging geweest in Libië onder een Arabische dekmantel en met Arabische zegen. In Syrië zijn er ook inmengingen. Ik denk dat de hele Arabische regio onder buitenlandse overheersing staat en dat maakt de situatie nog ingewikkelder. Kijk naar Irak, dat sinds 2003 nog altijd geen stabiliteit kent. Er zijn elke dag ontploffingen en aanslagen. Het nieuws komt tegenwoordig uit de Arabische landen. Het is bijzonder gewelddadig nieuws en dat komt omdat mondiale en regionale krachten met elkaar vechten in de regio. We bevinden ons in deze situatie sinds de Eerste Wereldoorlog en we zijn er nog altijd niet uit geraakt.

Zijn deze inmengingen het grootste probleem van de regio, zoals vaak wordt gezegd?

Madawi Al-Rasheed: Deze inmengingen zijn een deel van het probleem en niet het hele probleem. In de Arabische wereld is er de problematiek van de hedendaagse staat. De staat behoort tot een bepaalde groep in de samenleving. Het zijn familiestaten, of stammenstaten, of militaire staten, of sektarische staten… Alle staten hebben gefaald. Zelfs de nationalistische en socialistische regimes zijn er niet in geslaagd alle lagen van de bevolking te vertegenwoordigen. Ze hebben allemaal bepaalde groepen bevoordeeld ten nadele van andere.

De revoluties kwamen er toch om dat recht te trekken?

Madawi Al-Rasheed: In de Arabische wereld praat men te veel over politiek en te weinig over economie. Er is geen economische visie op hoe het verder moet, ook niet bij de nieuwe machthebbers. En dat terwijl de kern van het probleem economisch is. Het gaat om de herverdeling van de rijkdommen, om het creëren van werk en het bieden van goed onderwijs. De Arabische wereld is de grootste exporteur van migranten, zowel onder de hoogopgeleiden als onder de ongekwalificeerde arbeiders.

Er is in verschillende landen toch een aanzienlijke economische groei. En de Golfstaten beschikken over enorm veel middelen.

Madawi Al-Rasheed: De openheid van de economie heeft niet geleid tot openheid van de arbeidsmarkt en heeft van de Arabische economieën geen producerende economieën gemaakt. Ze heeft een maatschappij gecreëerd die het beste en het laatste van wat elders wordt geproduceerd verbruikt. De oude industrieën zijn vernietigd en wat ervoor in de plaats is gekomen is de export van grondstoffen, maar de staat is er niet in geslaagd bedrijven aan te trekken die voor werkgelegenheid zorgen. Zelfs in de textielsector zijn bedrijven weggetrokken naar Aziatische landen. Er is wel veel show. Er is een bouwrevolutie met hoge torens en luxueuze toeristische oorden, maar het zijn slechts diensteneconomieën, die gemakkelijk in elkaar storten wanneer er problemen zijn. We praten te veel over politiek omdat je aan politiek moet doen om de economische situatie te verbeteren. Het probleem is dat we nog steeds te maken hebben met groepjes die bevoordeeld worden ten opzichte van de rest. Als je dichter bij de macht zit, krijg je toegang tot faciliteiten. Je hebt voorrang op de anderen, je krijg grond aan zee… Zelfs de staat doet daaraan mee en is grond beginnen te verkopen.

Hoe moet het nu verder?

Madawi Al-Rasheed: We zitten in een moeilijke situatie en ik zie geen snelle oplossingen. Er zijn grote problemen en we hebben meer tijd nodig om ze op te lossen dan we aanvankelijk dachten.