24/04/2014

Slapend Oman kijkt tegen revolutie aan

Door Philippe Bannier, MEDEA Instituut

We zouden bijna vergeten dat Oman nog bestaat. Als kleine staat tussen twee giganten – Saoedi-Arabië en Iran – is het land bijna onzichtbaar voor de buitenlandse media. Deze oude maritieme macht aan de Indische Oceaan kan in de marge van de Arabische wereld weinig deining veroorzaken.

carte oman

© Eric Gaba. Oman is gelegen in de marge van de Arabische wereld. Als voormalig wereldrijk is het land enorm beïnvloed door het Arabische schiereiland enerzijds en de Indische en Afrikaanse landen anderzijds.

Het land wordt reeds sinds 1970 geleid door Sultan Qaboos die het land heeft opgebouwd en nationale eenheid heeft tewerkstelligd, maar wordt sinds 2011 dooreengeschud in de context van de Arabische Lente. Sterk aanwezige corruptie binnen de overheid en de administratie is het eerste doelwit van de protesteerders. De laatste beslissing die deze protesteerders moet kalmeren is de uitspraak van een rechtbank waarbij een belangrijk zakenman die verdacht werd van corruptie schuldig werd verklaard.

In de jaren ’70 en ’80 heeft het land zwaar ingezet op de sociale en economische sectoren, mede als gevolg van de twee oliecrises, al worden haar oliereservers enkel op 0,3% van de gekende wereldvoorraad gerekend. Toch kwam er geen politieke liberalisering. Partijen blijven verboden, rechtszaken zijn willlekeurig en het Sultanaat heeft alle macht in handen. Hij is niet enkel sultan, maar ook eerste minister, minister van Buitenlandse Zaken en Defensie, en hij duidt alle regeringsleden aan.

Sinds februari 2011 hebben vredevolle protesteerders gevraagd dat er meer politieke vrijheid en meer transparantie over de verkozen Consultatieve Assemblee (Majlis ash-Shura) komt. Ook sociale eisen zijn de katalysator van de opstanden, zoals bijvoorbeeld de strijd tegen corruptie en werkloosheid – meer dan 20% van de bevolking zit zonder werk, voornamelijk jongeren. De oplossingen die de sultan aanbiedt – 30% hogere lonen, meer studentenbeurzen en een herschikking van de regering – hebben geen einde gebracht aan de protesten die vaak resulteren in conflict. Er zijn protesteerders gedood, opgesloten en gemarteld.

contestations oman

© Karim Sahib/AFP. In de context van de Arabische Lente is een serie protesten losgebarsten in Oman sinds februari 2011. Corruptie, werkloosheid en een willekeurige rechtsgang werder aangekaart door de protesteerders.

Deze situatie is potentieel gevaarlijk in een land met veel etnische groepen en een buitenlandse aanwezigheid van 25% van de volledige bevolking. Toch positioneert de sultan zich als de onbetwiste leider en een gedegen hervormer. Omwille van die reden hebben de protesteerders de slogan die gangbaar was in Tunesië en Egypte, namelijk « het volk wil dat het regime valt », heeft veranderd naar « het volk wil dat het regime verandert ».

Om frictie te vermijden hebben Saoedi-Arabië en andere monarchiën van de Golfstaten – allen leden van de Gulf Cooperation Council (GCC) – beslist om de gecontesteerde machthebbers te steunen met 20 miljoen dollar in maart 2011. Oman en Bahrein zijn de twee voornaamste ontvangers, maar dit heeft niet geholpen om de volksopstanden te kalmeren.

De Golfstaten zijn niet de enigen die de situatie in het sultanaat op de voet volgen. De VS en Aziatische landen hebben dit doorgaans stabiele land met bijzondere aandacht gevolgd. Zijn strategische positie geeft uit op de Straat van Hormuz, waar 30% van het mondiaal olie-transport passeert, waarvan 85% van en naar Aziatische landen zoals China, India, Japan en Zuid-Korea. Een instabiel Oman zou dus de mondiale handel verstoren en leiden tot een nieuwe oliecrisis, iets dat nefast zou zijn voor elk ontwikkeld land en elk ontwikkelingsland.

Als strategisch kruispunt is het voor Oman mogelijk om een belangrijk rol te spelen in regionale omstandigheden en dit doet het altijd discreet, behalve wanneer het de eigen belangen betreft. Zo is het categoriek tegen het Saoedische project om de banden binnen de GCC te versterken, waarvan ook Oman lid is. Muscat zag in dit project een poging van Saoedi-Arabië om haar grip op de organisatie te verstevigen en vreesde voor de eigen onafhankelijkheid inzake buitenlandse betrekkingen, voornamelijk ten opzichte van Iran.

De oorsprong van de goede relaties met Iran kan gevonden worden in de jaren ’70 toen de sjah de sultan hielp om de Marxistische militaire rebellen in de provincie Dhofar – in het zuiden van het land – te onderdrukken. Sinds toen, behalve enkele jaren die volgde op de Islamitische Revolutie van 1979, zijn de politieke en economische relaties tussen e twee landen goed. Dit feit wordt aangetond door het bezoek aan Muscat van Iraans president Hassan Rohani in maart. Een deal omtrent Iraans gas werd getekend en geconsolideerd voor 25 jaar, net als de bouw van een pijplijn doorheen de Golf.

oman rohani

© AP. In maart 2014 heette sultan Qaboos ibn Said de Iraanse president Hassan Rohani welkom. De goede relaties tussen Iran en Oman zorgen ervoor dat Oman medieert tussen Teheran en Washington inzake de nucleaire kwestie.

Met zijn invloed binnen de GCC en de goede relaties met Iran, maar ook met de VS – Oman huist een Amerikaanse legerbasis sinds 1980 – is het niet onlogisch dat Oman een mediërende rol in regionale conflicten heeft gespeeld, voornamelijk inzake het Iraans nucleair programma. Oman heeft onderdak geboden aan de Iraanse en Amerikaanse gezanten in maart 2013 om het historisch akkoord van 24 november te Genève voor te bereiden.

Oman hanteert duidelijk een strategie van onafhankelijkheid zoals de Non-Aligned Movement die had tijdens de « Koude Oorlog » tussen Saoedi-Arabië en Iran. Het is ook een manier voor het sultanaat om zichzelf te onderscheiden op religieus vlak, want het is het enige land in de wereld dat een Ibadische meerderheid heeft – dit is de derde tak binnen de Islam, naast het Soennisme en het Sjiisme. De politieke en religieuze bemiddeling van het sultanaat staat lijnrecht tegenover de soms messianistische en gewelddadige woorden van het Soennitische Saoedi-Arabië en het Sjiitische Iran.

De vraag die cruciaal blijft – binnen de context van de politieke en sociale onlusten – in het sultanaat is die van de opvolging van de sultan, die geen opvolger heeft. Drie namen van neven circuleren, maar de officiële opvolger is nog niet aangeduid, omwille van de vrees dat een rivaal opduikt.

Zoals Najma al-Zidjaly, professor aan de sultan Qaboos universiteit, schreef: « Wat ik en mijn mede-Omanieten hebben geleerd tijdens de protesten is dat we vredevol, respectvol en verantwoordelijk moeten spreken over ons verleden, heden en onze toekomst. » Oman beweegt zich traag voort op het vlak van politieke hervormingen.