20/05/2014

Libië: Europa moet optreden

Door Philippe BannierMEDEA Instituut

De VN-veiligheidsraad heeft in maart 2011 resolutie 1973 goedgekeurd. Deze maant aan tot « het verdedigen van de bevolking en civiele gebieden die dreigen aangevallen te worden » en daarvoor « alle nodige maatregelen te nemen ». De inwoners van Benghazi, die in opstand waren gekomen tijdens de Arabische Lente, werden hierna bedreigd door de troepen van kolonel Kadhafi (wiens zoon, Seïf al-Islam, « rivieren van bloed » beloofde). Na de stemming heeft de NAVO de militaire actie « Unified Protector » gelanceerd.

 

vote résolution libye

© Reuters. De VN-veiligheidsraad heeft op 17 maart 2011 resolutie 1973 goedgekeurd die groen licht geeft voor een interventie in Libië tegen het regime van kolonel Kadhafi.

De politieke- en veiligheidssituatie is vandaag de dag nog steeds rampzalig. Alles moet weer worden opgebouwd in een land die, door bomaanslagen en de bevrijdingsmilities van 2011, volledig met de grond gelijk is gemaakt. Deze bevrijdingsmilities staan nu in de weg niet alleen voor het opnieuw invoeren van orde en veiligheid, maar ook voor de ontwikkeling naar een rechtsstaat. Het Libië van na Kadhafi slaat er op een razend tempo de premiers door, zoals Ali Zeidan die op 11 maart van vorig jaar werd ontslagen door het Algemene Nationale Congres (het parlement) en heeft nog steeds te kampen met gewapende conflicten.

Recente gebeurtenissen hebben het land in de kijker gezet: de gepensioneerde opstandige generaal Khalifa Haftar, die eerst onder Kadhafi heeft gediend alvorens voor de Verenigde Staten te werken en daarna in het voordeel van de revolutie in 2011 teruggekeerd is naar Libië, heeft, vooraleer een aanslag te plegen op het parlement, op 16 mei samen met zijn zelfverklaard Libisch Nationaal Leger moslimmilities aangevallen in Benghazi.[1]

Deze vijandelijkheid heeft echter niets te maken met religieuze kwesties. De voormalig Frans diplomaat in Tripoli, Patrick Haimzadeh schreef dat « het overwicht van de lokale op de regionale en de regionale op het nationale, de erfenis van de Libische geschiedenis(…) die de strategieën van de NAVO gedurende de oorlog van 2011 zo in de war hebben gebracht, een belangrijke rol spelen voor de nationale wederopbouw.Een voorbeeld daarvan is de zelfverklaarde onafhankelijkheid van Cyrenaica, een regio in het oosten van Libië met als hoofdstad Benghazi, in november 2013, wat de spanningen doet opdrijven.

carte libye

© Wikipedia Commons. In november 2013 heeft Cyrenaica zich onafhankelijk verklaard ten opzichte van de centrale macht in Tripoli.

Welke rol kan Europa spelen om een land die in haar naaste omgeving ligt te helpen? In een rapport van de Europese Raad buitenlandse betrekkingen, benadrukt onderzoeker Mattia Toaldo de mogelijke actiedomeinen van de EU in Libië: « het gebrek aan legitimiteit van de politieke instellingen, de verzoening van veteranen en het gebrek aan nationaal dialoog over de toekomst van Libië en ten slotte de verslechterde economische omstandigheden door de blokkering van de oliehavens. »[1]

De EU moet politieke en militaire elites, die verwikkeld zijn in een nationale verzoening, steunen. Eerst en vooral de onderhandelingen steunen tussen de revolutionairen en de aanhangers van het oude regime, maar ook binnen de revolutionairen zelf, aangezien deze versnipperd zijn binnen rivaliserende milities. Dit vereist een onafhankelijk rechtssysteem die garanties en vergoedingen kan uitreiken aan personen en groepen die Kadhafi hebben gesteund. Daarvan zijn enkelen gevlucht naar buurlanden (waaronder Tunesië) en waarvan andere onder racisme hebben geleden, vooral in het dorpje Tawergha bevolkt door afstammelingen van zwarte slaven en beschuldigd van het steunen van Kadhafi.[3].

Het rapport stelt vijf etappes voor, voor de wederopbouw van Libië:  akkoorden opstellen tussen gezaghebbende mogendheden om een einde te maken aan lokale conflicten met daarbij een politiek neutrale politie om toezicht te houden; materiële en politieke steun verlenen voor een nationale Commissie voor Dialoog (naar voorbeeld van Yemen)[4], et en voor een overgangsjustitie; transparatie in de oliesector bevorderen en het voorbereiden op het naoliese tijdper[5] ; op internationaal niveau de samenwerking en de coördinatie voor hulp in Libië verbeteren. Het opstellen van een grondwet die via referendum goedgekeurd is, is ook een belangrijke uitdaging voor Libië.

Europa wil een ding kost wat kost vermijden: een nieuw Somalië op 350 km van het zuiden van Malta en het eiland Lampedusa. Niet alleen de migrantenkwesties zijn belangrijk om de politiek van de EU beter te begrijpen maar ook de oversteek naar buurlanden en regionale veiligheid. Vooral de wapentoevoer naar Mali en Syrië (ongeveer 20 miljoen wapens circuleren voor 6 miljoen inwoners) is een bron van conflict en onrust.

Een onrustig land met geen uitzicht op verbetering op korte termijn, zou kunnen terugvallen in een militair of religieuze dictatuur. In dat opzicht doet de oorlogsverklaring van Kharlifa Haftar, die zegt het terrorisme te willen bestrijden en « het zuiveren van de Benghazi-terroristen (de jihadistische groep Ansar al-Charia[7], denken aan de methoden die de Egyptische generaal Abdel Fattah al-Sissi gebruikt heeft om aan de macht te komen.


[1] http://www.lepoint.fr/monde/khalifa-haftar-un-general-made-in-usa-a-l-assaut-de-la-libye-19-05-2014-1825281_24.php

[2] http://orientxxi.info/magazine/petites-guerres-locales-en-libye,0550

[3] http://www.ecfr.eu/publications/summary/a_european_agenda_to_support_libyas_transition308

[4] http://www.lemonde.fr/international/article/2014/05/13/kadhafi-est-toujours-la-pour-les-libyens-de-tunis_4415916_3210.html

[5] http://www.jeuneafrique.com/Article/JA2768p048.xml0/

[6] http://www.atlanticcouncil.org/blogs/menasource/what-libya-can-learn-from-yemen

[7] In Libië is de opbrengst van olie goed voor 65% van het BBP, 96% van de export en 98% van de inkomsten van de regering.

[8] http://www.yourmiddleeast.com/opinion/is-libya-on-the-verge-of-becoming-another-somalia_23724

[9] De groep was betrokken bij de aanslag op het Amerikaanse consulaat in Benghazi op 11 september 2012, waarbij de ambassadeur en drie medewerkers omkwamen.