03/04/2015

Tunesië, het omgekeerde van de Arabische Lente.

tunis-manif-25022011

Door Kheira Kolla

Vier jaar na de « Arabische lente » en de democratische en modernistische aspiraties die gewekt werden in deze landen van het zuidelijke Middellandse-Zeegebied is het duidelijk, helaas, dat ook het terrorismo er is ingebroken. De omwentelingen van 2011 hebben ernstige economische en menselijke gevolgen met zich meegebracht. Het begin van de lente in 2015 kende we een bomaanslag op het Bardo museum in Tunesië. Deze aanslag zorgde voor meer dan 20 doden en 40 gewonden. De aanslag werd opgeëist door de jihadistische groepering van de islamitische staat , die voor problemen zorgen in een toch al kwetsbare samenleving .

 Ingeklemd tussen het Libische Jihadisme in het zuiden en Algerije in het westen, waar nog steeds ​​sporen te vinden zijn van terrorisme en de grenzen blijven er, ondanks alles, zeer poreus, is Tunesië een ideaal doelwit voor jihadisten. Het is ook een grote toegangspoort tot de Maghreb. Sinds de val van Ben Ali in 2011 en de verstoring van zijn veiligheidsapparaat , wordt Tunesië beschouwd als de « zwakke schakel  » in de Maghreb in termen van veiligheid . Het politieke leven werd er verstoord door vier jaar lang democratische omwentelingen en het heen en weer van de Ennahda partij aan de macht. Eerst behaalden zij een meerderheid in 2011. Eind 2013 werden zij van de macht verdreven. Uiteindelijk zijn ze teruggekeerd naar een coalitieregering in 2014.

Maar waarom willen de voorstanders van de islamitische staat Tunesië veroveren? Merk op dat deze laatste wel van groot belang kan zijn. Allereerst belichaamt het het perfecte tegenmodel model om ze proberen uit te roeien, door te bewijzen dat de democratie compatibel is met de cultuur van de islam. Een alliantie is momenteel ondenkbaar voor de jihadisten. De overgang naar democratie was een succes omdat het land op een democratische manier mee deed aan de islamisering van de samenleving , waardoor de kans voor islamisten om deel te nemen aan de mach took bestond.

Maar de mislukking in de macht van Ennahda tussen 2011 en 2013,  bracht een aanzienlijke verandering aan de situatie. De keuze van de locatie van de aanslag op 18 maart van dit jaar was geen grote verrassing. Het was het centrum van toerisme in Tunesië, het Bardo museum, dat jaarlijks honderdduizenden bezoekers verwacht. Toerisme, een belangrijk element van de Tunesische economie, was aanvankelijk erg beïnvloed door politieke en economische crises, en heden door de opkomst van de jihadistische beweging, die met success zorgde voor de val van het regime van Ben Ali in 2011. Dit is precies de strategie van terroristische groeperingen: economische en sociale chaos in het land bezorgen en dan vertrouwen op de zwakheden van de staat om hun ideeën te verkondigen. Zij profiteren van de mislukkingen van de openbare diensten alsook het gebrek aan mogelijkheden om de Tunesische jongeren te verleiden en te werven. Bijna 3.000 Tunesiërs zijn toegetreden tot de Daech. Tunesië is momenteel de grootste aanbieder van strijders.

Deze tragische gebeurtenis doet denken aan gelijkaardige aanslagen zoals op de standbeelden in Mosul in Irak op 26 februari of de aanvallen tegen het Argana café met uitzicht over het beroemde Jemaa el Fna in Marrakesh in april 2011. Deze aanvallen waren allemaal gericht om problemen te veroorzaken in islamitische landen. Het adagium van “verdeel en heers » is ongetwijfeld de slogan die Daech heeft eigen gemaakt. Tot nu toe zijn alleen Saoedi-Arabië en Qatar erin geslaagd om de jihadistische dreiging tegen te gaan. Marokko is één van de Maghreb-landen die het beter doen. Koning Mohammed VI is ook « commandant van de gelovigen », en is dus in staat om de islamistische kracht te integreren. Bovendien aarzelt hij niet om de premier Abdelilah Benkirane en zijn collega’s van de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (PJD) uit te dagen wanneer het gaat om het uitvoeren van verdere hervormingen om meer vrijheden. Dit is waar het geheim van een gezonde samenleving zich verschuilt: de politieke islam succesvol integreren in democratische instellingen.

De huidige angst is dat deze jihadistische groepering zich uitbreidt tot het gehele Maghreb of zelfs de hele Arabische wereld. Vanuit een westers perspectief kan men denken aan een pan-islamisme over het oude pan-Arabisme. In werkelijkheid valt dit ver te verenigen met de ideeën van de Arabisch-Islamitische wereld, die zo al gebroken is. De echte uitdaging van Fitna ligt binnen de islam; tussen het sjiitische en soennitische politieke model kiezen tussen de politieke islam en jihadisme. Maar zullen de « slechte vibes » van deze Arabische lente oude projecten opwekken? De Arabische Maghreb Unie (AMU), heeft er sinds de oprichting in 1989 niet veel over uitgesproken, en ook de Unie voor het Middellandse Zeegebied (Zeegebied) heeft deze problematiek teruggebracht tot een component binnen het Europees nabuurschapsbeleid. Ondertussen benadrukken al deze terreur aanslagen de dringende noodzaak om de veiligheid te garanderen door samenwerking op regionaal niveau,. De landen van de Maghreb / ​​Mashreq moeten de  jihadistische epidemie tegen gaan. Op 28 en 29 maart was er de top van de Arabische Liga in Egypte. De staatshoofden kwamen overeen over het idee van de Egyptische premier Abdel Fattah al-Sisi: het opzetten van een gezamenlijke militaire kracht om terroristische groeperingen te bestrijden. Een moedige aankondiging, maar de weg is nog lang, omdat eerdere pogingen altijd zijn mislukt.